Honderd ruiten dammen in Nederland

 In 1617 kwam bij een drukker uit Amsterdam een boek uit over bordspel in de klassieke oudheid, dus bij de Grieken en Romeinen. Het was geschreven in het Latijn, en het heette "Palamedes; sive de tabula lusoria, alea et variis ludis". De schrijver noemde zich DaniŽl Souterius. Dat was de Latijnse vorm van DaniŽl de Souter. Souter (Londen 1571-Haarlem 1634) was een Vlaming die in een aantal landen als geestelijke werkte.

 In de 17e eeuw geloofde men, dat alle spelletjes die men kende al duizenden jaren geleden eerder door de Grieken en Romeinen werden gespeeld. Een van die bordspelen was het damspel. Souter beschreef het dammen bij de Grieken en Romeinen in hoofdstuk 20 van deel I onder het kopje Dame, Belgis dammen. Hij zegt er dit over: "Atque hic ludus nihil, aut parum distabat ŗ nostro, quem vocamus Dominarum ioco, qui ramen triginta tantum calculis luditur: quindecim albis, et quindecim rubeis". Vertaling: "En dit spel verschilde maar een beetje van het onze, dat we het Damesspel noemen. Maar wij spelen met 30 schijven, 15 witte en 15 donkerrode".

 Toen Souter zijn boek schreef, woonde hij in Noord-Holland. Op wat voor soort bord damden men toen in Nederland? Souter: "Op een bord dat is verdeeld in afwisselend donkere en lichte ruiten". In het Latijn: "Tabula (...) lusoria quadraturis discoloribus alternatim positis distincta est". Hij zegt niet hoeveel ruiten het bord telde. Maar dammen met 2x15 schijven op een bord met 64 ruiten zoals linksonder levert altijd dezelfde opening op, dat dat is doodsaai. Dus moet het bord wel 100 ruiten hebben geteld, zoals rechtsonder.

 

                                          

 

 Als dammen op het 100-ruitenbord begin 17e eeuw in Noord-Holland algemeen bekend was moet het al langere tijd zijn gespeeld, misschien al in de 16e eeuw. En dan begrijpen we, waarom notarissen bij het beschrijven van huisraad in bijvoorbeeld een testament in de tweede helft der 16e eeuw onderscheid gingen maken tussen een dambord en een schaakbord. Toen waren dammers namelijk overgestapt op het grote bord en was er dus verschil tussen een dambord met z'n 100 ruiten en een schaakbord met z'n 64 ruiten.

 De gravure linksonder is gemaakt door de Fransman Charles David (1600-1636). Het bord telt 100 velden. In zijn tijd was dammen op 100 velden in Frankrijk naar we denken onbekend, dus hij moet het spel in Nederland hebben leren kennen.

 Het is een ondeugende plaat, want een aap staat in de beeldende kunst voor alles wat niet deugt. De Franse naam voor damspel is jeu de dames, wat je letterlijk kunt vertalen als vrouwenspel. Een vrouw die met een aap een dergelijk spel speelt, deugt dus niet. Gezien haar kleding is zij een Nederlandse. Die David lijkt het dammen op 100 ruiten maar niks te vinden.

                                          

 

 

 Rechtsboven zien we een pagina uit de "Dictionnaire complet FranÁois et Hollandois" (1710), geschreven door de Fransman Pierre Marin, een Fransman die zijn vaderland was ontvlucht en zich in Amsterdam vestigde. Daar schreef hij Frans-Nederlandse en Nederlands-Franse woordenboeken.

 Blz. 277 biedt ruimte aan vier lemmata.

 In het eerste lemma bespreekt Marin het Franse zelfstandig naamwoord dame, dat damschijf en triktrakschijf betekent. In het tweede de uitroep dame, wat iets betekende als 'verdikkeme'. In het derde het werkwoord damer. De letterlijke betekenis is 'een damschijf promoveren door er een andere schijf bovenop te zetten'. Hier is de (nog steeds gebruikte) uitdrukking Damer le pion ŗ quelqu'un, 'iemand overtroeven', op gebaseerd.

  In het vierde lemma geeft Marin een voorbeeld van het werkwoord damer in de betekenis 'het damspel spelen'. Met een Franse voorbeeldzin waarin hij spreekt van damer ŗ la polonoise, in het Nederlands Dammen op z'n Pools.

 Damer betekende ook 'een pion in het schaakspel laten promoveren. Deze betekenis geeft Marin niet: het schaakspel was in Nederland begin 18e eeuw zo goed als onbekend.

 

 Uit de 16e eeuw zijn geen damborden met 100 ruiten bekend. Het oudste dat we kennen dateert uit 1696, zie onder.

Bij de afbeelding

 

Het dambord uit 1696 hangt in het Westfries Museum in Hoorn. Rechts een bord voor het molenspel.

  Het molenspel speel je met 2x9 schijven. De bedoeling is een molen te maken, dat wil zeggen drie schijven op een rij te krijgen. Lukt je dat, dan mag je een schijf van je tegenstander van het bord nemen.

 De maker heeft er een jaartal op geschilderd: 1696. Een laboratorium dat de ouderdom van kunstvoorwerpen vaststelt, heeft de echtheid van deze datum bevestigd: het bord is echt zo oud. Uit Noord-Nederland, vooral Noord-Holland, zijn tientallen borden van dit type bewaard gebleven.