De schaakkoningin

 

 Het middeleeuwse schaakspel was een beetje sloom spel. De loper maakte een sprongetje over een veld op de diagonaal, op de manier waarop de damschijf slaat. De koningin schoof naar een belendend veld op een diagonaal, op de manier waarop de damschijf schuift. Het duurt dus even voordat een speler die stukken in de strijd kon betrekken.

 In de late Middeleeuwen onderging het schaakspel een ingrijpende verandering: in Frankrijk dan wel in Spanje ˗de huidige generatie schaakhistorici neigt naar Spanje˗ kregen de loper en de koningin hun huidige speelvrijheid. Daarmee werd de zwakke koningin het sterkste stuk van het bord.

 Een middeleeuwse schaker noemde de koningin fierge, fers (of een verwante naam). Schrijvers kozen voor keizerin of heerseres of koningin, want per slot van rekening stond het stuk naast de koning.

 De nieuwe koningin kreeg de naam Spaans dama, Frans dame. "Hoe kan dat nou?", zeiden schaakhistorici. "De zwakke middeleeuwse koningin droeg een naam die hoorde bij haar status, en de nieuwe koningin kreeg een naam die niet méér betekent dan aanzienlijke vrouw".

 Om over de teleurstelling heen te komen, fantaseerden schaakhistorici er lustig op los. De nieuwe naam kon verwijzen naar Jeanne d'Arc, of naar de Spaanse koningin Isabella, of naar de maagd Maria. Niet mis voor een houten poppetje. Waarbij ze even vergaten dat de nieuwe naam was opgekomen onder schakers. En die schakers noemden de koningin fierge of fers en niet keizerin of wat dan ook.

                 Jeanne d'Arc                                                                   Koning Isabella van Castilië                                                                   Maria, moeder Gods

   

 De etymologische wetenschap wordt al meer dan een eeuw beoefend. Het stelt daarom teleur, dat de schaakhistorici van onze tijd bij het verklaren van de naam van de nieuwe schaakkoningin geen wetenschap bedrijven maar fabuleren en fantaseren. Om die reden heeft de auteur van deze site dit werk op zich genomen.

 De werkwijze van de etymoloog is eenvoudig. De Spaanse naam dama ˗om van het Spaans uit te gaan˗ is de nieuwe betekenis van een bestaand Spaans woord dama.

 De etymoloog inventariseert het 15e-eeuwse Spaans. Dat kende twee woorden dama, een met de betekenis 'aanzienlijke vrouw' en een met de betekenis 'rij velden waar de damschijf en de schaakpion promoveren'.

 Vervolgens beantwoordt hij de vraag of dama = 'schaakkoningin' een betekenisuitbreiding, dat wil zeggen een nieuwe betekenis, is van dama = 'aanzienlijke vrouw' of van dama = 'rij velden waar de schaakpion promoveert'. Daarbij helpt de logica: een nieuwe betekenis wordt gegenereerd door het semantisch meest verwante woord. De nieuwe schaakkoningin ontstaat uit een pion die de promotierij bereikt, dus is dama = 'schaakkoningin' een betekenisuitbreiding van het woord dama = 'rij velden waar de schaakpion promoveert'.

 Kennis van de taal stelt ons in staat nog iets meer over dit woord te zeggen. De betekenisovergang: van plaats (promotierij) naar persoon, dier of ding op die plaats (de gepromoveerde pion) is alledaags. Als een atleet in een vol stadion het wereldrecord op de 100 meter verbetert en iedereen op de banken staat, schrijft de krant spontaan: "Het stadion was in extase". De verslaggever past de semantische overgang toe van persoon op een plaats naar de plaats zelf. Kennelijk is ook het woord dama voor de nieuwe schaakkoningin spontaan opgekomen, is er niet zorgvuldig over nagedacht.

 Waar komt het woord dama = 'rij velden waar de damschijf en de schaakpion promoveren' vandaan? Wel, het is door Spaanse dammers en schakers ontleend aan het Frans (dame) en komt oorspronkelijk uit de taal van Franse dammers. Aldus blijkt uit etymologisch onderzoek.

 (Voor achtergrondinformatie zie men Van der Stoep 2005,2007:38-48).