Charles-Marie de la Condamine

 

       Stanislas Leszczyński

Het onderzoek in Frankrijk

 

 Ons historisch onderzoek maakt het ons mogelijk vast te stellen, dat de Fransen tussen 1670 en 1685 het Poolse Damspel hebben leren kennen. De Fransen bezaten in de 18e eeuw die kennis niet. Toen de Parijse dammer Maoury in de jaren 80 van de 18e eeuw onderzoek naar de herkomst van dit spel ging doen, begon hij dus op nul.

 In zijn tweede boek (1787) bracht Manoury van zijn onderzoek verslag uit. In de titel van het eerste hoofdstuk, zie de pagina links, kondigt hij aan dat het gaat over de oorsprong van Pools dammen.

 Hij deed zijn onderzoek niet alleen: hij had hulp gekregen van een prominente bezoeker van zijn koffiehuis, namelijk Charles-Marie de la Condamine (1701-1774).

 Deze de la Condamine was niet de eerste de beste. Hij was een erkende wetenschapper (mathematicus) en vanwege zijn grote verdiensten opgenomen in het eerbiedwaardige genootschap Académie Royale des Sciences, de Koninklijke Academie van Wetenschappen. Al in de vroege dertiger jaren van de 18e eeuw kreeg hij erkenning door het verslag dat hij maakte van een reis van vijf maanden naar Algiers, Alexandrië, Palestina, Cyprus and Constantinopel (het huidige Istanbul)

 De Académie was zo onder de indruk, dat men hem in 1735 op expeditie zond naar Peru om daar de omtrek van de aarde te meten. Pas in 1743 keerde hij terug met talloze aantekeningen, een aantal voorwerpen van Zuid-Amerikaanse kunst en een verzameling van 200 mineralen, opgezette dieren en dergelijke. Als eerste wetenschapper had hij de Amazone bevaren, een avontuurlijke tocht van vier maanden waarvan hij in 1751 een verslag publiceerde.

 In de laatste jaren van zijn leven ijverde hij voor inenting tegen pokken, mede ingegeven doordat hij in zijn jeugd zelf de ziekte had gehad.

 Een van zijn passies was dammen. 'Waar komt dat spel toch vandaan?', vroeg hij zich als wetenschapper af. Hij deed naspeuringen, maar kwam er niet achter. De Nederlandse naam Pools dammen werd in het Frans vertaald als Jeu de dames à la polonoise, later à la polonaise. Polonais betekende neutraal 'afkomstig uit Polen'. Zijn eerste gedachte was dat het spel uit Polen moest zijn geïmporteerd, en dus vroeg hij aan een Poolse relatie informatie over het damspel in Polen.

 Die relatie was niemand minder dan de Poolse koning. We vermelden dit om te laten zien in welke kringen er in het Frankrijk van de 18e eeuw werd gedamd.

 Die koning was Stanislas Leszczyński (1677-1766). Stanislas, koning van Polen van 1704 tot 1709, leefde sinds 1719 in ballingschap, nadat de politieke macht van landen als Rusland, Zweden, Pruissen, Oostenrijk en Frankrijk hem teveel was geworden. Van 1719 tot 1725 was hij steeds op de vlucht, reisde van Frankrijk naar Beieren en van daar naar Weissenburg, en weer terug. Het waren harde jaren, waarin hij met zijn gezin berooid in hotels woonde.

 Het tij keerde in 1725, toen de Franse koning Lodewijk XV huwde met zijn dochter Marie. De vader van de Franse koningin kon niet in armoe in een hotel wonen, en dus werd hem het kasteel van Chambord ter beschikking gesteld, waar hij woonde van 1725 tot 1733.

 In 1733 koos een vergadering van de Poolse adel Stanislas tot koning, waarop hij naar Polen terugging. Maar Rusland en Oostenrijk waren daarop tegen, zodat hij weer moest vluchten, ditmaal naar Dantzig, een onafhankelijke stad. Daarop belegerden Russische troepen de stad en namen die in. Stanislas wist in vermomming naar Pruisen te ontkomen.

 Frankrijk echter trotseerde Rusland en Oostenrijk en nam hem weer op: in 1735 heette in het paleis van Versailles de adel hem welkom, hem prijzend om zijn grote eruditie. Rusland, Oostenrijk en de andere Europese grootmachten stonden hem toe zijn koninklijke titel te voeren. Daarnaast ontving hij de titel van hertog van Litouwen en graaf van Bar en Lotharingen (Verdragen van Wenen 1736 en 1738).

 In 1737 wees Frankrijk hem het kasteel van Lunéville (bij Nancy) als verblijfplaats toe, op voorwaarde dat hij zich onthield van politiek. Hij kreeg een toelage van de staat die hem ruimschoots toeliet Lunéville te herscheppen tot een miniatuur-Versailles, waar hij ontvangsten organiseerde. Vooral kunstenaars en intellectuelen, voor wie Lunéville een toevluchtsoord werd. Onder hen een beroemdheid als Voltaire. En Charles-Marie de la Condamine

 Stanislas stichtte in Nancy een Academie van Wetenschappen (de Academia Stanislaw) en een Militair Opleidingsinstituut. Hij wijdde zich aan de beoefening der wetenschap en de filantropie. Vrucht daarvan was onder meer een boek waarin hij in ruwe trekken een nieuwe Poolse grondwet voorstelde (1749, in feite geschreven door de polyglot, jurist en historicus Jean-Pierre Tercier), en een boek over filantropie (1763, "Oeuvres du philosophe bienfaisant".

[Gebaseerd op Boyé 1898].

 

 

 Terug naar het onderzoek van de la Condamine.

 Omdat het als gezegd niks opleverde, deed hij in juli 1770 een oproep in het tijdschrift "Mercure de France": Wie wist iets over de oorsprong van Pools dammen? Het spel komt niet uit Polen, schreef hij, want wijlen koning Stanislas vertelde me dat de Polen onderscheid maken tussen het oude damspel op 64 velden en het nieuwe op 100 velden. Het nieuwe noemen ze Frans dammen, waaruit we mogen opmaken dat de Polen het van de Fransen overnamen.

 Op deze oproep reageerde Manoury, waarop het onderzoek met vereende krachten werd voortgezet. Manoury ondervroeg ouwetjes die in zijn koffiehuis een dammetje legden, er was een dammer die zelf op zoek was geweest en een manuscript erover had nagelaten, en zo rolde het voort.

 In zijn boek van 1787 legde Manoury verantwoording van het onderzoek af. Of Manoury de tekst zelf heeft geschreven is twijfelachtig, wnt volgens Fransen met kennis van de late 18e eeuw is de tekst geschreven in een welluidend Frans dat in die tijd gangbaar was onder intellectuelen. Een man die zijn hele leven in een koffiehuis heeft gewerkt, kan dat nooit hebben geschreven. Dus moeten we aannemen dat de la Condamine de tekst heeft aangeleverd.

 Voor iemand van zijn portuur is het verhaal dat wordt opgedist nogal naïef. Dat de bezoekers van Café Manoury het erover eens zijn er in Parijs voor het eerst in de jaren twintig werd gedamd op een bord met 100 velden, akkoord. Maar het verhaal uit de nagelaten papieren van een zekere Laclef, een sterke Parijse dammer, dat wordt gepresenteerd als historische werkelijkheid is te mooi om waar te zijn. Die Laclef had al veel eerder onderzoek gedaan en was gestuit op het archief van een overleden dammer die alles van de oorsprong van het Pools dammen wist. Diens geschiedenis van het Pools dammen had hij gekopieerd, en die geschiedenis had Manoury weer in handen gekregen.

 Enfin. Een Poolse bezoeker aan Parijs en een Franse legerofficier hadden in het Palais Royal een potje gedamd op het kleine bord, en toen zagen ze een slagzet die niet paste op 64 velden. Was het bord maar groter... Waarop de officier een bord met 100 velden zaagde en 2x8 extra schijven draaide. Bord en schijven nam hij mee naar een volgende sessie, waarop het tweetal om de slagzet uit te voeren ook nog even de lange dam en de terugslag van de schijf uitvond. Om zijn tegenstander recht te doen, doopte de officier het nieuwe spel als Pools dammen.

 In welk jaar dateren we de uitvinding? De officier was in dienst van Filips II van Orléans, regent over Frankrijk in de periode 1715-1723, omdat Frankrijk na de dood van Lodewijk XIV zonder koning zat (diens zoon was in 1715 vijf jaar oud). Omstreeks 1723, zegt Manoury.

 Het verhaal is aardig maar het klopt van geen kant, dat weten we nu. Trouwens, die Filips II was een losbol, die door zijn tijdgenoten wordt beschreven als de grootste rokkenjager van Parijs, waarbij de aantekening dat het woord rokkenjager zijn seksuele uitspattingen nogal vriendelijk toedekt. In het Frans heet het damspel jeu de dames, wat ook kan worden gelezen als "spel met vrouwen". Het is reuze aardig, dat het nieuwe jeu de dames juist ontstond onder het bewind van een man met een seksuele overdrive.

 

 Over het Palais Royal nog dit. Oorspronkelijk was het paleis het onderkomen van kardinaal Richelieu (1585-1642) toen deze Frankrijk diende als premier. Na zijn dood verviel het aan het koningshuis ˗ vandaar de naam Koninklijk Paleis. Anna van Oostenrijk, de weduwe van Lodewijk XIII, betrok het samen met haar zonen Filips van Orléans en de latere koning Lodewijk XIV. Lodewijk gaf de voorkeur aan het Loeuvre en liet het aan familieleden. Eerst werd het bewoond door Henriette Maria van Frankrijk, de weduwe van koning Karel I van Engeland, en in 1669 door haar dochter. Deze stierf in 1670, waarna haar echtgenoot Filips van Orléans, de broer van de koning, er zijn intrek nam. Daarna diens zoon Filips II, en na diens dood in 1723 diens zoon.

 

Many a tourist visiting Paris looks over the Palais Royal, attends a performance of the Comédie française in the theatre that is established in the Palais, or goes for a stroll in the gardens.

 Het Palais Royal was meer

 The Palais Royal was more than a home for royal persons. The title page of Pierre Mallet's draughts book (1669) for example recommended to buy the book in one of the book shops of the Palais. In the 1750's, many prostitutes had their workplace there [Mathorez 1919 I:322].

 Filips' son seldom lived in the Palais and for this reason he gave the property to his son Louis-Filips of Orléans (in 1741). Louis-Filips altered in twice. In 1752 the renovation was rather modest. In the 1780's, however, the building was greatly expanded with rows of two-story houses enclosing a courtyard and arcades of shops lining the interior garden. The Palais Royal became a lively public place, with coffee houses, gambling dens, music, filles de joie, drunkenness, brawls and so on. This was the situation in 1787, in the last years of the ancien régime, when Manoury wrote his story about the birth of Polish draughts.

 

 

 

 

 

 

 

                                                                               

      Filips II van Orléans

 

                                                                          Louis Léopold Boilly, c. 1820                                                                Het Palais Royal omstreeks 1900

                                                                Dammen in Café Lamblin in het Palais Royal

                                                                            [Musée Condé, Chantilly]         

 

 Hoe komt het nu, dat je in allerlei boeken op en allerlei sites dit nogal ongeloofwaardige verhaal terugvindt als historische waarheid? Want het boek van Manoury is tamelijk onvindbaar, en bovendien geschreven in het Frans.

 Wel, honderd jaar geleden was er een Engelsman die de geschiedenis van het damspel ging bestuderen. De man heette Harold Murray. Murray was een beroemdheid, omdat hij een grondige studie over de geschiedenis van het schaakspel had geschreven (1913).

 In 1918 had Murray een manuscript over de geschiedenis van het damspel klaar. Hij gaf het niet uit. In 1952 publiceerde hij opnieuw een beroemd geworden boek, ditmaal over de geschiedenis van alle andere  bordspelen behalve schaken. Dus ook over de geschiedenis van het damspel. En waar kwam volgens Murray het Internationale Damspel vandaan? Ja hoor, het was uitgevonden in Parijs in 1723.

 Iedere volgende schrijver over dammen nam de legende over. Want als de beroemde Murray het zei, moest het wel waar zijn. En zo vind je over het ontstaan van het Internationale Damspel bijna overal een leuk verzinsel in plaats van de saaiere historische waarheid.

 

                                                                                                                         > Harold J. Murray